Economie, bedrijfskunde

Toezicht op de naleving € 25,95
Toezicht op de naleving

In dit boek geven de auteurs antwoord op verschillende vragen en onduidelijkheden die spelen rond het toezicht op de naleving, zoals het aanwijzen van toezichthouders, hun bevoegdheden, legitimatie, het binnentreden van woningen en bedrijfsruimten, onrechtmatig bewijs, de eisen die aan een controlerapport worden gesteld, de waarborgen voor en rechtsbescherming van de burger, de rol van particuliere recherchebureaus, medewerkingsplicht, verschoningsrecht en zwijgrecht. Veel aandacht is ook besteed aan de jurisprudentie van de nationale rechter en van het EHRM. Voor een effectieve handhaving van bestuursrechtelijke wet- en regelgeving is een goed functionerend toezicht een absolute must. Dit boek biedt een helder overzicht van de regelgeving en rechtspraak op het gebied van het nalevingstoezicht zoals neergelegd in Titel 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht. Inhoud en opzet van het boek zijn in het bijzonder toegesneden op de behoeften van de praktijkjurist, onder meer door diverse bijlagen met relevante modellen. Dit boek is met name bedoeld voor hen die in de praktijk te maken hebben met het toezicht op (en de handhaving van) bestuursrechtelijke wet- en regelgeving, zoals toezichthouders, handhavingsjuristen, advocaten en andere rechtshulpverleners. Het boek is evenwel ook geschikt voor rechtenstudenten en andere geïnteresseerden. Enige basiskennis van de Algemene wet bestuursrecht is hierbij wel noodzakelijk. Over de auteurs Mr. P.H.J. (Pieter) de Jonge studeerde in 2006 cum laude af aan de Rijksuniversiteit Groningen in het Nederlands recht met hoofdrichting Staats- en Bestuursrecht. Zijn tot artikel bewerkte scriptie werd in 2007 bekroond met de Ars Aequiprijs voor de beste wetenschappelijke publicatie van een rechtenstudent in 2006. Na zijn afstuderen was hij werkzaam als juridisch beleidsmedewerker bij de Tweede Kamer en als gemeentelijk jurist handhaving. Sinds 2008 is hij jurist bij het adviesbureau MB-ALL te Maarssen, waar hij zich met name bezighoudt met het uitvoeren van bestuursrechtelijke handhavingstrajecten voor diverse gemeenten en omgevingsdiensten. Tevens is hij sinds 2009 als extern adviseur verbonden aan een advocatenkantoor (civiele praktijk). Mr. F.T.J. (Judith) Kruijsbergen studeerde in 2013 cum laude af aan de Universiteit Utrecht voor de Master Staats- en Bestuursrecht met specialisatie Omgevingsrecht. Zij is werkzaam geweest als voorzitter (en landelijk coördinator) van de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Utrecht en als juridisch medewerker bij twee landelijke (rechtsbijstands)verzekeraars. Sinds 2014 werkt zij als jurist bij MB-ALL. MB-ALL is gespecialiseerd in toezicht, handhaving en beleidsontwikkeling op de gebieden Bouwen, Wonen, Ruimtelijke Ordening, Belastingen, Milieu en APV.

Gebiedsontwikkeling in vogelvlucht € 15,45
Gebiedsontwikkeling in vogelvlucht

Gebiedsontwikkeling in vogelvlucht geeft een beeld van de praktische mogelijkheden en beperkingen van gebiedsontwikkeling. Voorbeelden laten zien hoe weerbarstig de praktijk is voor opdrachtgevers en opdrachtnemers uit de bouw- en infrasector. Zeker wanneer het economisch niet meezit, zijn creativiteit en flexibiliteit geboden. Het boek - bestaande uit een serie artikelen uit het dagblad Cobouw - geeft tips en laat zien op welke wijze gebiedsontwikkeling wél succesvol kan worden gerealiseerd.Over de auteurRobbert Coops (1949) studeerde sociale geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij geruime tijd bij de Rijksplanologische Dienst en het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Na enige tijd bij de Sociaal-Economische Raad en het Informatie Centrum voor Schoolgebouwen gewerkt te hebben als communicatieverantwoordelijke, stapte hij over naar de communicatieadviespraktijk. Als zelfstandig adviseur (Coops Public Affairs) is hij sinds 2014 verbonden aan Adviesbureau voor Marketing en Public Relations Winkelman Van Hessen.Robbert Coops publiceerde veel over onderwerpen als milieu, bouw, infrastructuur, overheidscommunicatie, lobby en overheidsmanagement. Het dagblad "Cobouw" publiceerde in de loop der jaren menig opiniebijdrage van zijn hand.Dit boek is ook digitaal te lezen als interactief smartbook. Zie www.einsteinbooks.info

Invordering van dwangsommen onder de Algemene wet bestuursrecht € 30,00
Invordering van dwangsommen onder de Algemene wet bestuursrecht

Op 1 juli 2009 trad de zogeheten Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht in werking. Hierbij werd onder meer de invorderingsbeschikking geïntroduceerd in het bestuursrecht. Waar voorheen de invordering van verbeurde dwangsommen geheel via het civiele recht verliep, dienen bestuursorganen dit thans via bestuursrechtelijke weg te doen, inclusief de daarbij behorende procedures van bezwaar en (hoger) beroep. In de rechtspraktijk blijkt echter dat veel (ambtenaren van) bestuursorganen worstelen met theoretische én praktische vragen bij het langs bestuursrechtelijke weg invorderen van dwangsommen. Hoe wordt een invorderingsbeschikking, aanmaning of dwangbevel precies opgesteld? Wat voor rol speelt het 'oude' recht eventueel nog? Op welke wijze is de rechtsbescherming georganiseerd? Hoe zit het ook alweer met verjaring, stuiting, verzuim en wettelijke rente? Rest de civiele rechter nog een rol? Dit boek geeft een helder antwoord op deze en vele andere vragen, waar nodig toegelicht met concrete voorbeelden. Heel handig voor de praktijkjurist daarbij zijn de bijlagen met kant-en-klare concepten van de diverse in een invorderingsprocedure te nemen besluiten. Bovendien wordt uitvoerig aandacht besteed aan de stroom jurisprudentie die zich de afgelopen jaren heeft gevormd met betrekking tot de invorderingsbeschikking en waarvan een goed begrip onontbeerlijk is voor een succesvolle invorderingsprocedure. Dit boek is met name bedoeld voor hen die in de praktijk geregeld te maken hebben met bestuursrechtelijke procedures inzake het opleggen en invorderen van dwangsommen. Het boek is evenwel ook uitermate geschikt voor rechtenstudenten en andere geïnteresseerden. Enige basiskennis van de Algemene wet bestuursrecht is hierbij wel noodzakelijk.